Boven in de neus zit ons reukorgaan, ook wel het reukepitheel genoemd. Op dit epitheel zit een laag slijm met daaronder de zintuigcellen. De lucht die we inademen moet eerst door deze laag slijm heen en komt dan aan bij de zintuigcellen, waar de stofjes uit de lucht aan deze cellen binden. De binding aan de zintuigcellen zet een reeks reacties op gang, waardoor een signaal ontstaat dat naar de hersenen wordt geleid. Eenmaal in de hersenen aangekomen, wordt aan dit signaal een betekenis gegeven. Deze geur kan als lekker waargenomen worden, maar kan je ook waarschuwen voor bijvoorbeeld bedorven voedsel of brand.
Aanpassing
Misschien is het je zelf ook al eens opgevallen dat je neus zich aan kan passen. Wanneer je bijvoorbeeld een kamer binnenkomt waar een bos geurende bloemen staat, ruik je dat meteen. Maar nadat je een paar minuten in de kamer hebt gestaan, merk je dat je de bloemen helemaal niet meer ruikt. Dit komt doordat je neus zich gaat adapteren. Na één minuut in de kamer te hebben gestaan, ruik je nog maar de helft van wat je rook toen je net de kamer binnenkwam. Hierna gaat dat adapteren een stuk langzamer. Het aanpassen van je neus ontstaat doordat er steeds minder signalen aan de hersenen worden doorgegeven.
Primaire geuren
Hoewel je misschien wel miljoenen verschillende geuren kan ruiken, zijn er in feite maar duizenden verschillenden. Deze duizend worden de primaire geuren genoemd. Alle anderen geuren die je waarneemt, zijn eigenlijk een mengsel van de primaire geuren. Dit kan je vergelijken met kleuren. Er zijn drie primaire kleuren geel, blauw en rood. Alle andere kleuren zijn mengsels van deze kleuren. Zo is het ook met de verschillende geuren.


